Karpoets van de Jeugdstorm

Begin jaren 30 zijn er in Nederland verschillende grote jongerenbewegingen: de padvinderij (onderverdeeld naar katholiek of protestant), de Oranjegarde (verbonden aan de gereformeerde Anti-Revolutionairen) en de A.J.C. (verbonden aan de S.D.A.P., de socialisten). Wanneer de NSB opkomt, richt ook zij (op 1 mei 1934) een jeugdvereniging op: De Nationale Jeugdstorm Nederland, kortweg NJS of Jeugdstorm genoemd. Bij de oprichting van de Jeugdstorm wordt veel overgenomen van de Oranjegarde, zoals godsvertrouwen, vaderlandsliefde en trouw aan het vorstenhuis. Het lidmaatschap is op basis van vrijwilligheid, alle jongens en meisjes tussen de 10 en 18 jaar kunnen toetreden. Hoewel de Jeugdstorm de schijn probeert op te houden een niet-politieke groepering te zijn, zijn de ideeën feitelijk gebaseerd op het gedachtengoed van de NSB.

Qua opbouw en structuur lijkt de Jeugdstorm niet op de Hitlerjugend, maar meer op de fascistische jeugdbeweging in Italië die eveneens de Oranjegarde tot voorbeeld diende. Dat verandert na 1940 wanneer één van de dingen die er dan bijkomt is dat je van Arische afkomst moet zijn. Joden kunnen geen lid meer worden, evenals mensen uit Nederlands-Indië.

Het nationalisme is belangrijk in de Jeugdstorm. De namen van de groepen: een trek, een vendel, enz. zijn afkomstig van de Geuzen en dat wordt ook aan de leden geleerd. Het uniform is gebaseerd op de zeevaart, de karpoets (muts) op de visserij en de oranje bol geldt als eerbetoon aan Willem van Oranje. In de clubhuizen is veel te doen en er wordt ook veel aan scholing gedaan. Zo wordt er aandacht gegeven aan de Nederlandse geschiedenis, de zeehelden, het Oranjehuis en de Nederlandse cultuur. Elke stad heeft  verder zijn eigen korps, vooral een tamboer- en pijperkorps. Ook wordt er veel aan sport gedaan en men gaat gezamenlijk kamperen. Er heerst een strakke discipline en over de regels kan niet worden gediscussieerd. Jongens en meisjes zijn gescheiden. Van de meisjes wordt verwacht dat zij in de toekomst een dienbare taak zullen vervullen, van de jongens dat zij zich inzetten voor Koningin en vaderland. Leden van de Jeugdstorm noemden zich Stormers en hun tijdschrift heet de Stormmeeuw.

 

De volwassenen die de leiding vormen, zijn afkomstig uit het onderwijs en uit de middenstand. De Jeugdstorm wordt ook gebruikt om het Nationaal Dagblad en Volk en Vaderland (partijblad van de NSB) te bezorgen.

Nadat de Jeugdstorm wordt verboden,  verlaat meer dan een derde van de leden de Jeugdstorm, maar na de capitulatie van Nederland en het begin van de bezetting volgt er een grote toeloop van nieuwe leden. Binnen vier weken melden ruim 16000 jongeren zich aan. Voor het eerst komen de nieuwe leden van de Jeugdstorm ook uit de volkswijken. 

De Jeugdstorm verandert  zowel van leden als van normen en waarden. Godsdienst wordt bijzaak, de trouw aan het vorstenhuis verdwijnt en de Dietsche gedachte, dat is de culturele eenheid van Nederland, Vlaanderen, Zuid Afrika en de koloniën, wordt vervangen door de Germaanse bloed en bodem theorie. De Jeugdstorm gaat de straat op onder bescherming van de W.A. 

Leden van de Jeugdstorm  schrijven nu ook brieven aan Oostfrontstrijders. Aan gewonde  Oostfrontstrijder brengt de Jeugdstorm een bezoekje. Uiteindelijk wordt van alle Stormers verwacht dat ze zullen doorstromen naar de W.A en een klein aantal heeft uiteindelijk zelfs als vrijwilliger gevochten in Rusland.

In de collectie van Bevrijdingsmuseum Zeeland bevindt zich een karpoets (muts) van de Jeugdstorm.  Deze is afkomstig uit Zoutelande.