B-24 Liberator - Heinkenszand

Op 18 september 1944 steeg een vloot van 252 B-24 Liberator bommenwerpers op vanuit Engeland. De missie bestond uit het droppen van goederen voor de paratroepen van Operation Market Garden, de militaire operatie die de dag daarvoor begonnnen was.

Een van de Liberators was de Feathered Injun van de 23-jarige piloot 2/Lt. James Gerow en zijn crew. De crew was lid van het 579th Bombardment Squadron, een onderdeel van de 392nd Bombardment Group. De 392md BG was gelegerd op de vliegbasis RAF Wendling in Engeland. Boven Goeree-Overflakkee kreeg de bemanning te maken met vijandig vuur van luchtafweergeschut, waardoor een van de motoren uitviel.

Na het succesvol droppen van de lading bij Groesbeek werden ze opnieuw onder vuur genomen, waarna een tweede motor werd geraakt. Terug boven de kust besloot de piloot dat hij de oversteek niet zou halen en dat hij beter kon proberen om het bevrijde Brussel te halen. Halverwege Zuid-Beveland werd het toestel op nieuw geraakt en vloog in brand.

 


Boven Heinkenszand gaf de poloot het bevel om het toestel te verlaten. Doordat de 20-jarige boordwerktuigkundige S/Sgt. Eugene Kieras door het vuur niet bij zijn parachute kon komen, klampte hij zich vast op de rug van een van de schutters. Tijdens de sprong kon hij echter niet vasthouden en viel zijn dood tegemoet. Voor de 19-jarige beladingsman Pvt. Edward Yensho was dit zijn eerste missie. Toen hij uit het brandende toestel moest springen, blokkeerde hij en bleef achter in het toestel. In panieke rende hij dwars door het vuur naar voren, naar de onbemande cockpit. Terwijl het toestel hoogte verloor en bijna de kerktoren van Heinkenszand schampte, maakte het toestel een scherpe draai naar links.

Het toestel stortte neer in de Brilletjes, waarbij Edward om het leven kwam. Op de grond werden zes leden, waaronder de piloot, gevangen genomen door Duitse soldaten en naar gevangenkampen in Duitsland en Polen gestuurd, waar ze bleven tot aan het einde van de oorlog in april 1945. Twee anderen konden zich verschuilen in boerderijen rond Heinkenszand en konden door de plaatselijke verzetsgroep onderduiken tot aan de bevrijding van Zuid-Beveland, eind oktober 1944.

Deze propeller en mitrailleurs zijn jarenlang in het bezit geweest van de familie van 't Westeinde, die een rol heeft gespeeld bij het onderduiken van de twee bemanningsleden.